19th Ave New York, NY 95822, USA

De poreuze stad

De poreuze stad

De poreuze stad

Tijdens Triënnale Brugge 2021: TraumA wordt naast de interventies in de Brugse binnenstad, ook een groepstentoonstelling ingericht die de ambivalente thematiek verder verdiept: tussen droom en nachtmerrie, in het onderhuidse of het ondergrondse, van analoge tot digitale vervreemding. Een selectie van een 40-tal sculpturen, foto’s, tekeningen, schilderijen en video’s verbinden het ‘unheimliche’ karakter van de eigenaardige ruimtes van de Poortersloge met dissonante stemmen, verhaallijnen en wonderlijke werelden. De kunstenaars verbeelden hun kijk op wereld, mens en architectuur, die soms gefragmenteerd of verwrongen, soms dichterlijk en paradijselijk blijkt te zijn.

Triënnale Brugge 2021: TraumA stelt een microscopische blik voor op de omgeving en de bewoners, een subcutane analyse en een verweving met het verborgen deel van het stedelijke weefsel. Het onuitgesprokene of het onheimelijke komt naar de oppervlakte in de context van haar architectuur, urbanisatie, tuinen of parken. De tentoonstelling De poreuze stad voegt daar een dimensie aan toe: de binnenruimtes van een gebouw waar kunstwerken van diverse kunstenaars in thematische groepen werden ingedeeld. Hier verbreedt Triënnale Brugge haar onderzoeksveld van de stedelijke buitenruimte naar het besloten karakter van een voormalige privéwoning. Het onderzoek wordt in deze omgeving nog verscherpt en verengd: in dit laboratorium gaan kunstwerken in dialoog, andere schuren tegen elkaar aan of zoeken het conflict op.

Van het ‘Grote Niets’ tot de ‘Ijdelheid der Ijdelheden’, van keldergat tot spitse toren, met zachte bloemen, kleurrijke lintjes of druppende olieverfslierten, brengen ze de bezoeker in de war. Ook met het harde marmer, de houten splinters of de vreemde vormen in polyester ontlopen de installaties de huidige individuele en maatschappelijke uitdagingen niet. Er zijn natuurlijk lichamelijke, nucleaire, virtuele en ecologische bedreigingen, maar er is ook idylle en verwondering. Met werk van Belgische bodem, uit ateliers of particuliere verzamelingen, wordt hier een presentatie gebracht die aanspreekt, kerft en zalft.

Met werk van Bilal Bahir, Semâ Bekirović, Rakel Bergman Fröberg, Willem Boel, Dries Boutsen, Jana Cordenier, Thierry De Cordier, Sarah De Vos, Lisse Declercq, Danny Devos, Joëlle Dubois, Kendell Geers, Daan Gielis, Geert Goiris, John Isaacs, Athar Jaber, Thomas Lerooy, Emilio López-Menchero, Enrique Marty, Cécile Massart, Hermann Nitsch, Ronald Ophuis, Štefan Papčo, Jasper Rigole, Sarah&Charles, Gregor Schneider, Mircea Suciu, Adrien Tirtiaux, Narcisse Tordoir, Ana Torfs, Gavin Turk, Ingel Vaikla, Caroline Van den Eynden, Anne-Mie Van Kerckhoven, Filip Vervaet, Julie Villard & Simon Brossard, Friederike von Rauch.

Reserveer hier je bezoek aan de tentoonstelling

Kraanrei 19

Van 8 mei t.e.m. 26 sep

Dagelijks van 10 > 18 uur

Gratis toegang

Reservatie verplicht

Zaal 1.2

Roosenberg is a place, a space, a building, a film. Roosenberg is Amanda, Godelieve, Rosa and Trees. Roosenberg is a letter that tells of an encounter with four elderly nuns in a fascinating modernist monastery in Belgium, before the building was vacated. It is the story of a space at the beginning of the end.” – Ingel Vaikla

In Roosenberg, de film van de Estse kunstenaar Ingel Vaikla (°1992, Tallinn – Brussel) wordt het dagelijkse leven van de
benedictijnse zusters in de Abdij Roosenberg in Waasmunster vastgelegd. Amanda, Godelieve, Rosa en Trees zijn de laatste
bewoners van het modernistische klooster dat in 1975 werd gebouwd door de Nederlandse architect en monnik Dom Hans van der Laan. Gedurende vier maanden verbleef Ingel Vaikla in de abdij om zich het ritme van de zusters toe te eigenen. Het zijn de repetitieve rituelen, het gezamenlijk zingen van psalmen, het nuttigen van de maaltijden, die het cyclische bestaan bepalen. Door contrasten in beeld te brengen, gecreëerd door het veranderende licht in de loop van de dag, en door geluiden van gemompel en geschuifel te laten horen, probeert ze de zintuiglijke ervaring van het gebouw waarneembaar te maken. De film duurt ongeveer 30 minuten en de zusters zijn intussen verdwenen,
maar het is ook de herinnering aan hen die elke plek betekenisvol
houdt. Het gebouw, gekenmerkt door esthetische eenvoud en
harmonieuze samenhang tussen licht en ruimte, en tussen binnen en buiten, kreeg ondertussen een nieuwe bestemming.

Zaal 1.4

In deze ruimte lijken verschillende realiteiten, met eigen wetmatigheden, naast elkaar te bewegen. Je tuimelt van het ene lichaam in de andere beeldtaal, op zo’n manier dat leven en dood, orde en chaos, het theatrale en het intieme, humor en schoonheid elkaar ontmoeten.

Flectere si nequeo superos, Acheronta movebo.” is een quote van de Romeinse dichter Vergilius. Het kan op verschillende manieren vertaald worden, letterlijk “Als ik de superieure krachten niet kan afwenden, dan zal ik de rivier Acheron doen bewegen” en meer algemeen, “Als ik de hemel niet kan buigen, dan zal
ik de krachten van de hel doen bewegen”. Sigmund Freud, zenuwarts en grondlegger van de psychoanalyse in het begin van de 20e eeuw, plaatste dit citaat op de titelpagina van zijn
boek Die Traumdeutung, als motto voor het verstoren van de onuitgesproken, ondergrondse structuur van ons dagelijks leven.
Echte veranderingsprocessen zijn pas mogelijk bij uitbarstingen, de creatie van chaos, het verstoren van de orde. Athar Jaber (° 1982, Rome, Italië – Antwerpen) laat de toeschouwer hier dan ook spelen met de puzzelstukken, verschuifbare letters
in marmer, net boven het kanaal dat onder de Poortersloge beweegt…

Štefan Papčo (°1983, Bratislava – Gent) is een kunstenaar wiens
verbeelding de realiteit lijkt te bezetten. Zijn passie voor het
bergbeklimmen en het landschap is voelbaar in zijn sculpturen, zoals dit uit hout gebeeldhouwd portret van een befaamde
Slovaakse bergbeklimmer. Bergen beklimmen heeft iets van een utopische droom, een belangeloze praktijk in alle vrijheid, op
weg naar de hoogte, naar het verticale gebaar. Sinds 2010 zijn daarenboven effectief een aantal Citizens te vinden in de bergen, overgelaten aan de natuurelementen na halsbrekende toeren om
ze tot daar te brengen.

De twee figuren van Enrique Marty (°1969 – Salamanca, Spanje)
lijken frivool of lichtzinnig, maar zijn dat helemaal niet. Het zijn driedimensionale portretten die eigenwijs en onbeholpen, met de
benen gespreid en een mes in de hand naakt in de ruimte staan. Ze zijn gebaseerd op kennissen van de kunstenaar en verschijnen als getatoeëerde poppen in polyester. Ze verbinden de ‘comédie humaine’ met donkere gedachten en gevoelens, met lichamelijke sporen en littekens die normaal gezien goed verborgen zitten onder kledingstukken. Art is Dangerous, zo blijkt, ook bij Stefaan of Chechu, die als ‘Soft Cockneys’ net niet levensgroot zijn
afgebeeld.

In zijn werk speelt Thomas Lerooy (°1981, Roeselare – Brussel) voortdurend met motieven en thema’s, vormen, materialen en
kleuren. Met Embrace toont hij een standbeeld dat zijn doel lijkt te missen. Twee bronzen figuren lijken in een verwrongen houding
te versmelten, als feilbare wezens, schijnbaar bewust van de kortstondigheid van het sterfelijke leven. De sculptuur verraadt een
griezelig begrip van het gewicht van het menselijk leven, een gewicht
dat even onoverkomelijk is in het aangezicht van de ondeugd als op
een sluwe manier komisch in het aangezicht van de sterfelijkheid.
Een eigen, misschien zelfs onheilspellende verbeelding.

De Britse multidisciplinaire kunstenaar John Isaacs (°1968, Lancaster, United Kingdom) blikt in zijn gelaagd oeuvre onder
de spiegel van onze hypermoderne werkelijkheid. Hij brengt er de angsten, bezorgdheden en trauma’s aan de oppervlakte: een
universum vol stress en spanningen, bevolkt door hysterische menselijke lichamen. Een bloemlezing van wat schuilgaat en fout
loopt, een dystopische schepping waarvan de mensheid zelf de
maker is. In het tweedimensionale werk We hide from ourselves
the way we hide from each other, verwerkt hij een ‘Snellen Oogkaart’ met psychologische overpeinzingen die via onze ogen of kijken opwellen. In de sculptuur Pool of Narcissus weeping
zien we een smeltende of opengescheurde organische vorm: het
menselijk lichaam is gereduceerd tot een consumeerbaar product
in verval.

Gavin Turk (°1967, Guildford– Londen, United Kingdom) werkt
meestal in geverfd brons en toont hier een figuur die schuilgaat in een vieze slaapzak: Nomad. De verkreukelde en ingedeukte nuances in de sculptuur, maken het tastbaar en herkenbaar. En
waar we er op straat achteloos aan voorbij zouden gaan, is het
in deze tentoonstellingscontext opgewaardeerd als kunstwerk. Het is een tedere ode aan de onbekende dakloze, gewikkeld in zijn cocon, die de keerzijde van de persoonlijkheidscultus
vertegenwoordigt.

Zaal 2.2

In deze zaal komen wonderlijke werelden samen in kleurrijke verbeeldingen en verleidelijke figuren. Vrouwelijke kracht is aanwezig in de interventies van kunstenaars van verschillende leeftijden, die zelfbewust bewegen tussen dominantie, idealisering en ‘girly empowerment’.

Sarah De Vos (°1985, Brussel – Leuven) creëert, getriggerd door haar omgeving, afbeeldingen die naast hun esthetische
kwaliteiten tegelijk kritische reflecties over onze hedendaagse
omgang met beelden oproepen. Ze werkt consequent in reeksen:
op houten panelen waar een transparante epoxylaag de verflagen  afsluit, op achterkanten van glas in de zogenaamde églomisé-
techniek of op doeken met olieverf waar sporen bewust zichtbaar blijven. Haar series verkennen aspecten van waarneming, zoals ze verschijnen op sociale media, in ‘video graphics’ en de emoji-
cultuur. Met #everythingnow balanceert een verleidelijk beeld met een gemakzuchtig effect en onmiddellijke zelfcensuur. Een meisje lijkt haar korte rokje goed te willen leggen, terwijl een roze-rood gepixeld hartje in het centrum van het paneel de aandacht opeist.

In Optical Pumping selecteerde Anne-Mie Van Kerckhoven (°1951, Antwerpen) een aantal paginas uit Regal, een Parijs’ naakttijdschrift uit 1953. Ze transformeerde de bladzijden tot een
digitale mix van droomfantasieën, verwarring, tegenwoordigheid
en psychose. De samengestelde gemaakte beelden heeft ze in
lagen gesplitst en op twee plexiglasplaten laten drukken. Een spiegel die achter de halfdoorschijnende plaat is geplaatst, weerkaatst het ontdubbelde beeld en de handgeschilderde
vlakken op de achterkant van de plaat. Weerspiegeling, inzicht
en dubbelzicht veranderen de zichzelf corrigerende visuele informatie in betekenisvolle wanorde en niet-rechtlijnige
picturale ontspanning.

In haar bezwerende portretten bespeelt Lisse Declercq (°1993,
Lüdenscheid, Duitsland – Kasterlee) de grens tussen idealisering en realisme. Haar drie nieuwe olieverfschilderijen doen denken aan beelden uit promotiecampagnes en mainstreammedia
en verwijzen expliciet naar die sensuele verleidingstaal die
socialemediaprofielen met reclame gemeen hebben. Ze laat haar geschilderde personages, vaak persoonlijke vriendinnen, bekeken worden, terwijl ze meestal gefocust zijn op eigen bezigheden, die
soms banaal, dan weer ritualistisch zijn.

Ook Joëlle Dubois (°1990, Gent) surft tussen ernst en ironie. Ze onderzoekt de impact van Facebook, Twitter of Instagram en
hoe beelden snel en gemakkelijk worden geliket, gedeeld en
geretweet. Als een stille observeerder werpt ze een humoristische niet-oordelende kijk op de hedendaagse taferelen onder invloed van die sociale netwerken. Met Temperance en Dusk liggen twee meisjes languit en verveeld op een bed, omringd door schermpjes, een uitgedoofde kaars en neergevallen bloemblaadjes, op zoek
naar gematigdheid. Er hangt tegelijk een melancholische waas als
een directe eerlijkheid over beide doeken: what I was gonna say?

Zaal 2.4

Gewelddadige scènes, oorlogsgetuigenissen en nachtmerries vormen de rode draad in deze laatste ruimte van het tentoonstellingsparcours. De samengebrachte werken hebben niet per se een documentair karakter, maar stellen in hun esthetische vorm vragen om moeilijke onderwerpen bespreekbaar te maken en morele posities in te nemen.

Kendell Geers (°1968, Johannesburg, Zuid-Afrika – Brussel) is van
verschillende markten thuis en beweegt zich als kunstenaar en curator tussen installaties, grafiek, video’s en performances. In zijn oeuvre krijgt de schaduwzijde van het leven een prominente
plaats, juist omdat het perfide, het kwade of het negatieve inherent verbonden is aan het leven. Het lijkt of hij met deze drie werken ook weer het foute en het destructieve, het kwaadaardige, wil bezweren of althans draaglijk probeert te maken. Hij gebruikt
driemaal de politiestokken, de batons, als symbool en telkens in een andere gedaante met andere materialen. Het zijn monumenten, grimmige objecten die tegelijk refereren naar
geweld en macht, naar misbruik en disfunctionaliteit.

Het werk van Daan Gielis (°1988, Beringen – Antwerpen) verkent
conflicten en contradicties in emotionele communicatieve en
sociale systemen die de wereld maken zoals die is. Geluk of verdriet, frustratie of verlangen, zijn triggers om te bewegen, om wederzijds te voeden, en een beeldend geheel op te bouwen. “Omdat de werelt is soe ongetru / daer om gha ic in den ru”, is het onderschrift bij De Misantroop (1568) van Pieter Breugel de Oude, en vormt in deze mobiele installatie een ‘leitmotiv’. Het is geen eenduidig antwoord op onrechtvaardigheid, woede of rouw, maar
een subtiele suggestie die de bezoeker laat nadenken over wat het
betekent de wereld te veranderen zonder te vervallen in utopie of
melancholie.

Bilal Bahir (°1988 Bagdad, Irak – Dorinne) is in zijn artistiek onderzoek geïnteresseerd in de verscheidenheid van culturen in een ruim chronologisch perspectief. Doorheen zijn collages
en tekeningen ontplooit hij zijn bedenkingen met de hulp van beelden van beleefde of gedroomde gebeurtenissen. Hij tekent op bedrukt papier, boekbladzijden en brieven, materialen die een geschiedenis in zich meedragen. Zo stelt hij zich vragen over het menselijk bestaan dat zowel cultureel, economisch als politiek veranderingen ondergaat onder de permanente oorlogsdreiging.
Wat is de plaats van het individu in die conflicten? Wat zijn de veranderingen die de wereld op hun kop zetten en die de mens in de essentie van zijn bestaan treffen?

De tekeningen en houtsneden van Rakel Bergman Fröberg (°1994
– Göteborg) verkennen de kruisbestuivingen tussen vernietiging en wederopstanding. De demonen uit haar nachtmerries en dromen komen rauw en kwetsbaar tot leven. Het lijken numineuze ervaringen die ons optillen uit het onbeduidende, het nietige.
In Nattbok (nachtboek, nachtjournaal) zijn het psychedelische getuigenissen van de mens die er tegelijk teder en onnoembaar groots is afgebeeld.

Bloed en organen zijn een aantal ingrediënten die Hermann Nitsch
(°1938, Wenen, Oostenrijk) in zijn Aktionsmalerei samenbrengt. Vaak gooit hij roestbruine of rode verf direct tegen het doek, kruipt er soms met handen en voeten over of laat het spatten en druipen. Zijn werk roept afschuw op, door de gelijkenis met vers of geronnen bloed, maar verwijst ook naar het doorbreken van een taboe. Via zijn soms choquerende acties en performances wil
hij actief grenzen verleggen om vrijheid te veroveren: het Orgien
Mysterien Theater. Hierin laat hij mensen naakt of in doeken gewikkeld optreden en gebruikt hij dode dieren in zijn rituelen, bevrijd van burgerlijke conventies.

De metalen constructie van Danny Devos (°1959, Vilvoorde – Antwerpen) bevat een elektromotor die een mes op een arm
aandrijft en heen en weer schudt in de reproductie Man met de gouden helm dat vroeger ten onrechte als een iconisch werk van
Rembrandt (1606 – 1669) werd beschouwd. De geportretteerde man lijkt getekend, zijn norse blik is naar beneden gericht en het kunstwerk zelf zou in de loop der tijden bijzonder vaak aangevallen worden door kunstvandalen, met messen, vuur en zuur. Het is een van de vele verhalen en geschiedenissen die Danny Devos als performer, geluidskunstenaar en artistiek geweld- en
moordonderzoeker drijft. Hij verbindt het met het personage Norman Bates die in de film Psycho van Alfred Hitchcock (1899-1980) het waargebeurde verhaal van seriemoordenaar Ed Gein verbeeldt.

Mircea Suciu (°1978, Baia Mare, Roemenië – Cluj) werkt met verschillende materialen en combineert ze met monoprinttechnieken, zoals in Iron Curtain. De thema’s die hij kiest
zijn voornamelijk sociaal-politiek en psychologisch georiënteerd, in het bijzonder gekoppeld aan de manier waarop een individu zich tijdens manifestaties het gedrag van de massa toe-eigent en daardoor zijn identiteit verliest. Het communistische verleden
van Roemenië blijft hierbij een belangrijk uitgangspunt, zoals de
spanningen tussen de westersgezinden en de aanhangers van het
communistische model. Het werk geeft
daarenboven een bredere
kritiek op de globale politiek en vooral op de wijze waarop de maatschappij manipuleert en gebeurtenissen camoufleert.

Emilio López-Menchero (°1960, Mol – Vorst) benadert kernenergie
en het daaraan verbonden gevaarlijke afval vanuit een persoonlijke en bijna psychotherapeutische ingesteldheid. Hij
groeide op te Mol in de schaduw van het studiecentrum voor
kernenergie. Zijn vader was er werkzaam als kernfysicus bij de opstart van het instituut. In zijn nieuwe installatie PROMETHEUS/Eurochemic (Mol, Antwerpse Kempen, 2021) verkent hij via het archief van zijn vader, notitieboeken en dossiers of geschilderde
jeugdherinneringen, de verborgen kanten van zijn jeugd. Vanuit dit persoonlijk perspectief formuleert hij poëtische analyses van geopolitieke en ideologische aspecten verbonden aan kernonderzoek en kernenergie in ons land.

Ronald Ophuis (°1968, Hengelo – Amsterdam), schraapt de verf van zijn doeken zo hard weg, dat de oppervlakken aanvoelen als pijnlijke rauwe huid. Zijn portret van Varlam Shalamov (1907 – 1982) thematiseert de vreselijke kampervaringen van deze Russische schrijver, zoals die in diens meesterlijke roman Kolyma Tales
beschreven zijn. Ophuis lijkt wel een hedendaagse historieschilder of een beeldende oorlogsjournalist. Zijn Teatro La Tregua (Theater
Het Respijt) refereert naar het boek van Primo Levi (1919 – 1987) die beschrijft hoe hij als overlevende van Auschwitz door een
ontredderd Europa reist. Samen met een groep ontheemde gevangenen beweegt hij huiswaarts en organiseren ze onderweg
soms voordrachten. In dit schilderij komt een voorstelling tot leven
waarin de clown, als bemiddelaar tussen veerkracht en tragedie,
de hoofdrol krijgt toebedeeld.